23-10-2020

Ambtenaar Belastingdienst: ‘De politiek maakt vaak wetgeving die onuitvoerbaar is’

De afgelopen jaren kwamen uitvoeringsorganisaties zoals de Belastingdienst lang niet altijd even positief in het nieuws. Wat moet er volgens ambtenaren die er werken veranderen om de problemen in de toekomst te voorkomen? Deze week vertelt ambtenaar Robert Jan de Vries over zijn ervaringen bij de Belastingdienst: ‘Ik zit vaak tenenkrommend te kijken naar de Kamerdebatten.’

Tekst: Romanca van Vuure

Je bent inmiddels 34 jaar werkzaam bij de Belastingdienst en hebt diverse functies vervuld. Wat vind je van de problemen die er spelen?
‘Ik werk er nog steeds met veel plezier en heb er dan ook geen kwaad woord voor over. In die 34 jaar heb ik altijd leuke dingen kunnen doen en veel vrijheid gekregen om mijn werk op een prettige manier in te vullen. Ik weet dat er veel collega’s zijn die er wel echt last van hebben, bijvoorbeeld de mensen die de controles bij bedrijven doen. Op een feestje durven medewerkers van de Belastingdienst niet meer te zeggen waar ze werken… Als vakbondconsulent zie en hoor ik echt veel dingen die niet goed gaan en regels die beter kunnen.’

Kun je daar voorbeelden van geven?
‘Een van de problemen die ik zie is de communicatie van boven naar beneden, maar vooral van beneden naar boven. Dat strandt vaak ergens in de keten. Iedereen geeft door naar boven wat hij of zij wil doorgeven. Daar speelt het beschermen van iemands imago ook een rol in. Als je als uitvoerende ambtenaar of als teamleider iets aangeeft naar boven, je doet dat drie keer en alle keren krijg je geen terugkoppeling of je ziet niet dat er iets mee is gedaan… Dan ga je dat geen vierde keer meer aangeven. Op een gegeven moment houdt het op. Daarbij is de organisatie hiërarchisch ingericht. Je kunt het wel via een omweg hogerop spelen, maar daar maak je geen vrienden mee.
Ook heb je te maken met veel teamleiders of managers met een bedrijfskundige achtergrond, zonder of met weinig fiscale kennis. Dit heeft het gevolg dat de Belastingdienst wordt gezien als een bedrijf dat zoveel mogelijk winst moet maken, in plaats van dat zij fiscale regelgeving op de juiste manier moet uitvoeren. Plaatsvervangende directeuren die zich niet veilig voelen om een tegengeluid te geven. Systemen die niet flexibel zijn. Politiek die zich veel bemoeit met de uitvoering, maar vervolgens niet onderzoekt of dit ook daadwerkelijk uitvoerbaar is.’

Dat zijn veel punten…
‘Over het algemeen werken er echt toegewijde mensen. Het overgrote deel van het werk dat wordt gedaan, gaat dan ook gewoon goed. Wat in het nieuws is (zoals de toeslagenaffaire), dat zijn de excessen, maar dat is een klein onderdeel. Er moet wel veel gebeuren om die laatste 1,5% ook goed te krijgen. Ja, dat moet ik wel toegeven.’

Foto: Evert Elzinga

Wat vind je van de reactie van de politiek op deze “excessen”?
‘Ik kijk wel eens naar de Kamercommissie van Financiën die dan over ons gaan en naar de Kamerdebatten. Ik zit dan echt tenenkrommend te kijken. De gemiddelde zittingstermijn van Kamerleden is iets langer dan 3,5 jaar. Collectief geheugen is daardoor nul. Er zitten mensen die praten over van alles, terwijl ze vaak niet weten wat de Kamer zelf in het verleden heeft afgesproken. Ik vind dat heel kwalijk. Zij maken wetgeving die vaak onuitvoerbaar is. Een voorbeeld hiervan is de toeslagenaffaire. De Belastingdienst is goed in het innen van belastinggeld en is niet van het verstrekken van gelden zoals toeslagen. Als de politiek ervoor kiest – tegen de dringende adviezen van de Belastingdienst in – om de Toeslagen eerst uit te keren en later – als het geld al is opgemaakt – nog te controleren, dan weet je gewoon dat dit grote uitvoeringsproblemen geeft. Vervolgens gaat het fout en verwacht de politiek dat deze problemen met bijbehorende schadevergoedingen even opgelost kunnen worden. Ook hieruit blijkt weer hoever de Kamerleden van de realiteit afstaan.’

Wat zou er volgens jou moeten gebeuren om deze “excessen” in de toekomst te voorkomen?
‘Ik denk dat de tegenspraakfunctie goed geregeld moet worden, zodat je juist die dingen van de werkvloer naar boven kunt krijgen. De mensen van de werkvloer moeten hun ei veilig kwijt kunnen, maar ook te horen krijgen waarom iets niet is gelukt. Ook denk ik dat, hoe platter de organisatie is, hoe sneller je met de top kunt schakelen. Er zitten onderhand zoveel managementlagen tussen en elke laag levert meer problemen op. Veel lokale kantoren zijn de laatste jaren opgeheven en zullen mogelijk nog opgeheven worden, waardoor je als organisatie nog verder van de mens komt te staan. Ook dat zou ik graag anders zien. Voorheen kon je als je een probleem had met toeslagen, naar een belastingkantoor wandelen. Daar konden ze het probleem oplossen. Nu moet je al snel bellen en als je de Nederlandse taal niet volledig beheerst, dan krijg je al snel miscommunicatie.’

Binnenkort is de eerste hoorzitting van de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties. Wat hoop je dat er wordt bereikt?
‘Ik zou het goed vinden als ambtenaren meer individuele vrijheid krijgen om zaken af te doen, waardoor ze beter de menselijke maat kunnen toepassen. Zodat je bijvoorbeeld als iemand die buiten zijn schuld om in de problemen is gekomen – hartstikke goedwillend is en toegeeft dat er dingen fout zijn gegaan –  ook beter kunt helpen. Daarbij hoop ik dat er op het moment van nieuwe wetgeving, ook geluisterd gaat worden naar de mensen die het moeten uitvoeren. Dus niet alleen naar de leidinggevenden of directeuren, maar ook naar de mensen met kennis van zaken. En, ik zou willen zeggen tegen de politiek: bemoei je zo min mogelijk met de uitvoering, daar is zelden iets goeds uitgekomen.’

Om de oorzaken van de problemen bij uitvoeringsorganisaties en het verlies van de menselijke maat daarbij te onderzoeken, is er een Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties aangesteld. De commissie start de openbare hoorzittingen op maandag 26 oktober. Hier zal CNV projectleider Loek Schueler bij aanwezig zijn om CNV-leden te vertegenwoordigen. De hoorzittingen zijn live te volgen.

Lees ook: Arbeidsdeskundige UWV: ‘De politiek luistert pas als het eigenlijk al te laat is’