30-12-2018

Mobiliteitsdienstverband: Van mooie belofte naar grote teleurstelling

 

Voor een ambtenaar die op een dood spoor zit en weinig kansen heeft op de arbeidsmarkt, betekent het vooruitzicht op werk met toekomstperspectief bij een andere werkgever al snel een grote kans. Maar financiële argwaan is zeker op zijn plaats, om verkeerde beslissingen te voorkomen.

Wanneer een bureau zich meldt om een arbeidskracht over te nemen, zijn op het eerste gezicht zowel de nieuwe als de oude werkgever, én de werknemer daarmee geholpen. Er is echter een kans dat de laatstgenoemde uiteindelijk met lege handen achterblijft. Dat heeft alles te maken met overheidswerkgevers die zelf de WW-uitkeringen van hun medewerkers moeten betalen, én met het verdienmodel van zogeheten mobiliteitsdienstverleners.

Moeilijk plaatsbaar

Ambtenaren ontvangen na ontslag bij de overheid en publieke diensten naast de vertrouwde WW een aanvullende en aansluitende uitkering; de zogeheten bovenwettelijke uitkeringen, beter bekend als wachtgeld. Al deze kosten komen voor werkgevers van de overheid voor eigen rekening (het UVW stuurt de rekening van de uitkering door naar de overheidsinstelling). Een stevige kostenpost, zeker als het ouder personeel betreft met vele dienstjaren.

Dit is waar mobiliteitsdienstverleners om de hoek komen kijken. Ze nemen moeilijk plaatsbaar en lastig functionerend personeel over via een tijdelijk mobiliteitsdienstverband, en brengen ze direct onder bij een nieuwe opdrachtgever. Daar voeren ze vertrouwde werkzaamheden uit, of ze leggen zich toe op een geheel andere functie.

In sommige gevallen ligt de nadruk meer op sollicitatietrainingen, competentietests en persoonlijke coaching op weg naar een dienstverband. De werknemer is overgenomen door een bemiddelingsbureau maar heeft nog geen vaste aanstelling bij een andere werkgever bemachtigd. In het kader van re-integratie wordt hij dan tijdelijk ingezet bij bedrijven en organisaties binnen het netwerk van het mobiliteitsbureau. De werkwijze verschilt, maar het doel lijkt hetzelfde: de uitstroom vanuit een tijdelijke aanstelling naar een vaste baan.

Terugverdiend

De overheidsinstelling heeft een zorg minder zodra een externe partij hun personeel overneemt. Mocht de werknemer vanuit het tijdelijke dienstverband niet doorstromen naar ander werk, dan zal de arbeidskracht alsnog een uitkering aanvragen. Omdat die dan ‘gewoon’ wordt uitgekeerd vanuit het UWV, bespaart de overheidswerkgever flink op de kosten.

Stel dat bedrijf y een overtallige werknemer van gemeente x overneemt. De gemeente betaalt een edrag, flink hoger dan het jaarsalaris van de werknemer, aan het bedrijf waar het zaken mee doet. Insteek van die flinke kostenpost van de overname is dat die later dubbel en dwars wordt terugverdiend door te besparen op de kosten voor de uitkering. Ook bespaart de partij op tijd en energie die anders wordt gestoken in administratie, management en outplacement van de werknemer.

Formaliteit

Goed geregeld, althans voor de overheidswerkgever en de overnamepartij, maar de werknemer schiet erbij in. Het televisieprogramma Monitor van KRONCRV maakt dat in haar uitzending van 6 november jongstleden (aflevering: Kwetsbare werknemers als verdienmodel?) goed inzichtelijk. Het richt de aandacht op de arbeidsconstructies met Maas-groep, een commerciële organisatie die boventallige en lastig te plaatsen ambtenaren overneemt. De vooruitzichten voor werknemers van deze organisatie ijn gunstig: eindelijk kunnen ze weer een rol van betekenis spelen op het werk. En bovendien met behoud van arbeidsvoorwaarden, salaris en ABP-pensioen! Hoewel het nieuwe contract bij Maas-groep tijdelijk is, wordt verlenging ervan voor de werknemers gepresenteerd als slechts een formaliteit en dus gaan de ambtenaren met frisse moed hun nieuwe uitdaging tegemoet.

Teleurstellend

Het komt voor dat ervaren krachten via de Maas-groep of een van de vele andere intermediairs, zoals PSOG en BAN, aan een tweede loopbaan beginnen, maar er zijn helaas ook veel voorbeelden waarbij dat niet zo is. In de aflevering van Monitor ziet de kijker onder andere Gerard, een ex-webbeheerder van in de vijftig. Hij was ondanks zijn leeftijd en gebrek aan ervaring geknipt voor een functie als re-integratie-adviseur, kreeg hij te horen. Een jaar later zit hij alsnog thuis, terugkijkend op een teleurstellend dienstverband.

De werkzaamheden zijn hem niet goed of volledig voorgespiegeld, de begeleiding in de nieuwe functie is in gebreke gebleven, en tot een duurzaam dienstverband is het niet gekomen. Een illusie armer vraagt hij alsnog een uitkering aan. Gerard krijgt op dat moment nog een keer de deksel op de neus. Zijn wachtgeldregeling is komen te vervallen omdat hij de uitkering heeft aangevraagd vanuit een reguliere arbeidsovereenkomst.

Niet altijd transparant

Het wegvallen van de bovenwettelijke uitkeringen scheelt al snel tienduizenden euro’s. Bitter, maar het kan erger: wanneer de werknemer gedurende de contractperiode bij de arbeidsbemiddelaar slechts incidenteel werkzaamheden heeft uitgevoerd, komt hij of zij niet eens in aanmerking voor een WW-uitkering. Daarvoor moet je immers kunnen aantonen 26 van de laatste 36 weken voor aanvraag betaald werk te hebben verricht. Ambtenaren hebben een stevige rechtspositie en daar gaan de meeste overheidsinstanties gelukkig ook naar eer en geweten mee om. Helaas zijn niet alle werkgevers even transparant zijn in de begeleiding van personeel naar nieuw werk en worden cruciale punten voor hen verzwegen.

Ook te maken met of te maken gehad met ‘ondoorzichtige’ overname- en dienstverbandconstructie? Neem dan contact op met CNV Info, 030 750 10 03, of mail naar cnvinfo@cnv.nl.

 tekst: Eric Ouwerkerk